Decennia na de oorlog worden twee daders uit vernietigingskamp Sobibor achterhaald. Kampcommandant Frenzel wordt tijdens een ontmoeting geconfronteerd met zijn bloedige verleden door een van de overlevenden. Het schokkende gesprek is op band vastgelegd. Een andere beul is Gustav Wagner. Na de oorlog vlucht hij naar Brazilië, waar hij eind jaren zeventig wordt geïdentificeerd door een van de joodse overlevenden die na de oorlog ook naar Brazilië emigreerde. Na deze confrontatie sterft Wagner. Lange tijd is het onduidelijk gebleven hoe hij aan zijn einde is gekomen.
Na de opstand in Sobibor vluchten overlevenden door een mijnenveld richting de bossen. De zoon van een van de opstandelingen vertelt in Kyiv hoe zijn vader slachtoffer werd van het antisemitisme in de Sovjet-Unie. Nu moet hij zelf schuilen voor Russische luchtaanvallen. Voor de Israëlische kleinzoon van een vrouwelijke opstandeling is zijn oma een held. Zijn les is dat Joden nooit meer slachtoffer mogen zijn. Intussen bombardeert Israël Gaza, waarbij veel slachtoffers vallen. In Rotterdam plaatst Jetje Manheim Stolpersteine voor haar familieleden. Jetje kijkt heel anders naar de oorlog in Gaza, het ondermijnt haar gevoel voor herdenken.
De Nederlander Jules Schelvis overleefde vernietigingskamp Sobibor en interviewde in de jaren tachtig andere overlevenden van de opstand in het vernietigingskamp. Vriendin Jetje Manheim bekijkt de 'Sobibor tapes' in kenniscentrum NIOD. Jetje verloor zelf haar grootouders in Sobibor, maar wist lange tijd niets van het kamp. Nabestaanden in Amerika, Oekraïne en Israël reflecteren op het leven van de overlevenden. De gruwelen van het vernietigingskamp, de organisatie achter de opstand en de manier waarop de trauma's van de Holocaust doorwerken in het nu. Ook voor de nabestaanden is Sobibor nooit ver weg.