Op een festival van oorlogsfilms over de strijd met Oekraïne dompelt Thomas zich onder in een bonte verzameling van patriotten. In megastad Moskou is de oorlog nauwelijks merkbaar. Dit tot onvrede van een Oekraïner die overliep naar het Russische leger en gewond raakte aan het front.
Na vier jaar oorlog is er een groot tekort aan mannen die voor het vaderland willen vechten. In de arme provincie Dagestan lokt het leger werkloze jonge mannen om zich aan te melden voor de strijd aan het front. Maria Butina werd in Amerika veroordeeld op verdenking van spionage en zit nu in het Russische parlement, waar ze zich inzet voor gevangenen.
Thomas reist naar Kaliningrad, de Russische enclave midden in Europa, en naar de Donbas, naar Marioepol. De huidige bewoners spreken voor de camera van bevrijding, terwijl Oekraïners vrijwel verdwenen zijn. Thomas laat zien hoe oorlog werkt als grenzen verschuiven: je verdrijft wie niet past, en noemt het daarna van jou.
De camerabeelden van de Russische soldaat Tuta leidden ertoe dat hij is uitgeroepen tot Held van de Russische Federatie. Terug in zijn Siberische dorp wordt duidelijk dat oorlog niet stopt bij het front. Onder alles wat wordt gezegd en verzwegen leeft bij gewone Russen een diep en allesoverheersend verlangen naar vrede.