Buren Frank en René liggen met elkaar in de clinch over parkeergedrag in hun straat. René zet zijn taxibus - en ook het bezoek dat bij hem langskomt - regelmatig tegenover de uitrit van Frank. Die zegt daardoor nauwelijks nog fatsoenlijk met zijn eigen bus de oprit af te kunnen. Volgens Frank wordt hij ernstig belemmerd, terwijl René vindt dat hij gewoon gebruikmaakt van openbare parkeerplaatsen. Is hier sprake van ontoelaatbare hinder, of moet Frank dit accepteren?